Robotmelken en weidegang, het kan!

11 juli 2016

In 2015 is het aantal melkveebedrijven die de koeien laat weiden weer toegenomen. Hiermee is een einde gekomen aan de jarenlange daling van het aantal bedrijven dat weidegang toepast. Het weerhoudt echter nog steeds veel ‘robotmelkers’ om de koeien te laten weiden.

Keus voor robots, maar weidegang blijft

De familie Kant heeft bewust gekozen om robotmelken en weidegang te combineren. Sinds 2014 worden de koeien bij de familie Kant in Babyloniënbroek gemolken met twee melkrobots. Goos en Hannie Kant hebben een melkveebedrijf waar momenteel 80 koeien worden gemolken met twee robots. Goos maakt bewuste keuzes om te kunnen blijven beweiden. De keus voor robotmelken was destijds gauw gemaakt. De bestaande ligboxenstal is namelijk de beperkende factor omdat daar sprake is van enige overbezetting. Maar hier heeft Goos bewust voor gekozen. Met robotmelken is gedurende de hele dag loop in de stal waardoor er meer koeien gehouden kunnen worden. Alleen was er wel één vereiste, namelijk: de koeien moeten naar buiten kunnen. Goos is zoals hij zelf aangeeft een echte ‘grasboer’. Hij vindt het belangrijk voor de gezondheid van de koeien om ze te beweiden. Ook voor behoud van de grasmat is het afwisselen van weiden en maaien een pré, aldus Goos. Er is daarom ook gekozen om met twee robots te melken en de robots dan maar niet ‘vol’ te hebben. Zo kan er makkelijker beweid worden dan wanneer de robots op volledige capaciteit draaien. De meerkosten hiervan worden terugverdiend in meer werkplezier, gezonde koeien en de weidepremie.

Gezonde koeien is plezierig werken

De koeien produceren 9.600 kilogram melk met 4,12% vet en 3,48% eiwit. Sinds de robots zijn geïnstalleerd, is de gezondheid van de koeien enorm vooruit gegaan. Een gemiddeld celgetal jaarrond van 70 cellen is uitzonderlijk laag.

Weidesysteem

Goos kiest voor stripgrazen ondanks dat het arbeidsintensiever is dan bijvoorbeeld standweiden. De familie Kant doet mee bij FrieslandCampina met het flexibel weiden. Dit wil zeggen dat de koeien niet persé 120 dagen, zes uur per dag naar buiten moeten, maar dat de 720 uur flexibel verdeeld mogen worden. ’s Morgens om acht uur gaan de koeien naar buiten. Hier blijven ze ongeveer twee à drie uur. Dan blijven de koeien tot zes uur ’s avonds binnen en gaan ze weer tot tien uur naar buiten. In de tijd dat de koeien buiten zijn worden de robots gereinigd. Dus zolang dat ze op stal staan, kunnen ze worden gemolken. Het aantal melkingen laat tijdens het weideseizoen maar een lichte daling zien. Door flexibel te weiden kan weidegang goed gecombineerd worden met robotmelken.

Alles wat buiten gehaald wordt, hoeft niet door de hakselaar

Geen selectiepoort

Het nadeel van dit weidesysteem is dat het arbeidsintensiever is dan een selectiepoort/weidepoort. Maar toch heeft de familie Kant bewust gekozen om geen weidepoort te plaatsen. Goos is van mening dat hij het zicht dan kwijt is. Ook kunnen ze op deze manier meer aansturen op de realisatie van maximale drogestofopname buiten.

Bijvoeding

Het liefst willen we dat de koeien zoveel mogelijk drogestof buiten opnemen. Want zoals Goos zegt: “Alles wat buiten gehaald wordt, hoeft niet door de hakselaar.” Streven is om vier à vijf kilogram drogestof weidegras in de koeien te krijgen. Om de koeien enigszins hongerig naar buiten te doen, ‘speelt’ Goos als het ware met het voer aanschuiven. Omdat de koeien op vaste tijden worden geweid kan hij daar mee variëren. De koeien gaan maar vier tot vijf uur naar buiten. Door een optimaal rantsoen binnen bij te voeren wordt het weidegras ook beter benut. De kunst van beweiden is een inschatting te maken van de opname buiten in de wei, door wekelijks een Farmwalk te maken en grashoogte te meten. “Aan de hand van het vers grasonderzoek dat De Heus wekelijks doet, kan ik een zo nauwkeurig mogelijke inschatting maken van wat de koeien buiten opnemen en daar een passend rantsoen bij berekenen om bij te voeren op stal”, zegt Goos. “De koeien hebben allemaal een activiteitenmeter aan de halsbanden zitten, die ook de herkauwactiviteit meet. Hiermee kunnen we snel in de bijvoeding sturen als we merken dat de herkauwactiveit afneemt.”

Prioriteit voeren

Bij familie Kant hebben we gekozen om alle koeien op zogenaamd prioriteit voer te zetten. Dit wil zeggen dat de koe, wanneer ze klaar is met melken maar nog niet de beschikbare krachtvoerportie op heeft, blijft staan totdat de brok op is. Prioriteit voeren geeft tijdens het weideseizoen het voordeel dat de koeien zeker het benodigde krachtvoer krijgen. Let dan wel op dat de maximale portiegrootte niet te groot is. Vooral in het weideseizoen is het belangrijk om de robotinstellingen juist te hebben staan. Door middel van RobotExpert kunnen wij als specialisten snel en overzichtelijk een robotscan maken om te analyseren of er nog verbeterpunten zijn.