De schaal is cruciaal

01 september 2011

De schaal van het ei is het onderdeel met de laagste kostprijs. De kwaliteit van de schaal is echter wel heel belangrijk bij de totstandkoming van het saldo. Aandacht voor de schaal is daarom cruciaal.

De vorming van de eischaal vindt plaats in de schaalklier. De schaalafzetting duurt ongeveer zestien uur. De eischaal bestaat voor 90 tot 95 procent uit calciumcarbonaat. De eischaal is altijd poreus. Zuurstof, kooldioxide en water kunnen door de duizenden kleine luchtgaatjes de schaal passeren. Een eischaal weegt ongeveer 4,5 g, waarvan ongeveer 38 procent of 1,8 g calcium, afhankelijk van het eigewicht.

Voer

Het calcium voor de vorming van de eischaal komt uit het voer: hennen kunnen dit calcium dus rechtstreeks opnemen. Dat is de meest efficiënte manier. In de praktijk kunnen we ervan uitgaan dat ongeveer 40 procent van het calcium in het voer beschikbaar komt voor de leghen. Uitgaande van 1,8 g per ei en een benutting van 38 tot 40 procent uit het voer, hebben we per dag 4,4 g calcium nodig. Bij een opname van 120 g voer, betekent dit 3,65 g calcium per 100 kg voer. Kalksteentjes bevatten 38 tot 40 procent calcium. We hebben dus minimaal 9,6 procent kalksteentjes in het voer nodig voor een goede eikwaliteit. Hennen kunnen daarnaast calcium vrijmaken uit botten. Op deze manier wordt het meeste calcium aangeleverd voor het ei. De lever controleert dit proces. De kip zet het grootste deel van het calcium in de nacht af. Hierbij komt ook fosfor vrij, omdat het calcium samen met fosfor in het bot is opgeslagen. Deze fosfor gaat voor een groot deel voor het dier verloren. Het afzetten van deze fosfor is een energievragend proces. De verloren fosfor moet de volgende dag weer worden aangevuld. Hiervoor wordt in de voeding extra fosfor toegevoegd en ook vitamine D3, dat nodig is voor dit proces.

Aandeel calcium in voer

Het is de bedoeling dat het calciumgehalte in het voer de behoefte dekt. Bij het ouder worden van de leghen neemt de behoefte toe. Dit komt enerzijds doordat minder calcium uit de botten kan worden vrijgemaakt en anderzijds doordat het eigewicht toeneemt. Vanaf een week of 45 moet u dan ook de hennen extra calcium te geven. Dit kan via een Fase 2 (of 3)-voer of via een toevoeging. De calciumgift verdient ook aandacht in periodes van lagere voeropname.

Bij het ouder worden van de hennen neemt de behoefte aan calcium toe

Ziekte (met name IB)

Er zijn ziekten die direct de eischaalkwaliteit benadelen. IB veroorzaakt ruwe schalen, zandkoppen, misvormde eieren, windeieren en eischaalontkleuring. Deze zijn uiteraard moeilijk te voorkomen als hennen een infectie oplopen. Door hennen maximaal te ondersteunen, kunnen we ervoor zorgen dat de schaal weer snel op orde is. Dit kan door via het voer of het drinkwater extra calcium, fosfor en vitamine A / D3 te geven.

Warme dagen

Tijdens warme dagen daalt de voeropname, met als gevolg minder calciumaanbod. Daarnaast proberen de leghennen hun warmte kwijt te raken door extra te gaan ademen. Hierdoor daalt de hoeveelheid CO2 en de hoeveelheid calciumcarbonaat in het bloed. Calciumcarbonaat is de belangrijkste grondstof voor de eischaal. Met name bij een hoge luchtvochtigheid zal dit effect optreden. Het gevolg is een minder goede eischaal (meer kneus, breuk en haarscheuren). Geef dan tijdig extra vitamine C via het drinkwater. Na een warme periode kan het goed zijn extra calcium via het voer of het water te verstrekken. Overigens is een goed klimaat (met name voldoende luchtbeweging) een eerste vereiste.

In overleg met uw specialist kunt u tijdig passende maatregelen nemen