Chiel Herder uit Garderen kiest voor Rose Ad Lib

Edwin van Werven

23 jan. 2024

[Dit artikel verscheen in de Kalverhouder in december 2023] Het is goedkoper dan een rantsoen met mais en brok en de kalveren groeien harder met minder ondereind. In een jaar tijd heeft voerfirma De Heus het aantal rosébedrijven met een rantsoen van meel en stro fors uitgebreid.

Fenneke Huisman en Chiel Herder - foto de Kalverhouder
foto de Kalverhouder

In Spanje doen ze het en in Roemenië ook. Nieuw is het dus niet. Toch kennen we in Nederland deze manier van voeren van rosékalveren amper: een rantsoen dat alleen bestaat uit meel en stro. Nederland is traditioneel een land van mais. Een gemiddeld rosérantsoen bestaat voor 50 tot 60 procent uit gehakselde mais. Voerfirma De Heus pakt het tegenwoordig anders aan. Op (inmiddels) veertig bedrijven hanteren ze deze nieuwe voerstrategie.

Het ontstaan was – zoals zo vaak – een toevalstreffer. Een klant van de voerfirma uit Ede wilde zeventig restkalveren extra bijvoeren toen de andere kalveren slachtrijp het bedrijf verlieten. Gezien het kleine koppel, wilde de kalverhouder zijn dieren eenvoudig voeren met meel en stro. Aan verkoopleider Edwin van Werven de vraag of dit mogelijk was. Na wat rekenwerk volgde een voersamenstelling. De verwachtingen overtroffen ieders verwachting. “Ondanks het matige uitgangsmateriaal kwam de groei er ineens in. Zelfs de slechtste kalveren trokken bij.”

Rosekalveren aan het voerhek

foto: De Kalverhouder

Mais al snel te duur

Een doorrekening van het voerpakket voor jonge rosés over een hele ronde, leverde ook blije gezichten op. Vergeleken met mais en brok is het voerpakket van meel en stro 25 euro per kalf goedkoper: op dit moment 335 euro (meel/stro) ten opzichte van 360 euro voor mais/brok. Roséalverhouder Chiel Herder uit Garderen herkent dit. Hij voert nu zijn tweede ronde met meel en stro. “Als ik het doorreken mag de mais in de kuil niet duurder zijn dan 40 euro per ton. Ben je meer kwijt voor de mais, inclusief hakselen en inkuilen, dan is het meel/strorantsoen goedkoper.”

Dit betekent dat mais op stam gekocht nog geen 35 euro per ton mag kosten. “Hiervoor krijg ik hem in de buurt niet gekocht”, zegt Herder. Volgens Van Werven zal mais altijd duurder blijven. Zeker nu telers te maken krijgen met rustgewassen en een wetgeving die de teelt van mais steeds meer tegenwerkt. Minder mais in de toekomst betekent dat de prijs hoog zal blijven, aldus de verkoopleider.

No-nonsense rantsoen

Herder omschrijft het nieuwe rantsoen als een no-nonsense systeem. Je koopt gehakseld stro aan, laat de silo’s vol meel blazen en biedt beide componenten onbeperkt, maar wel apart, aan de kalveren. Het gescheiden aanbieden is

belangrijk. Herder: “Het kalf moet zelf kunnen bepalen wat hij eet. Dat lukt niet als je een gemengd rantsoen geeft.” De rosékalverhouder zag het vorige week nog. Zijn dieren waren wat grieperig waardoor de voeropname terugliep. Dat was voorheen met een gemengd rantsoen ook het geval, maar nu is dat net even anders: de kalveren laten het meel liggen, maar vreten wel meer stro dan normaal.

“Hoe dit kan? Bij zieke dieren heb je eerder kans op pensverzuring”, zegt de rosékalverhouder. “Doordat ze nu stro blijven eten, blijven ze herkauwen, wordt er bicarbonaat aangemaakt, blijft de pens-pH hoger en blijft het kalf gezonder. Tijdens een ziekte knappen de kalveren nu sneller op.” Van Werven herkent dit. Wel geeft hij aan dat deze manier van voeren een andere controle vereist. De kalveren komen niet gelijktijdig aan het voerhek. Ze bepalen zelf wanneer ze eten en wat ze eten. “Je moet dus beter opletten of een kalf wat mankeert.” Een ingevallen pens van het kalf is een belangrijk kenmerk om in de gaten te houden, stelt hij.

Ondereind meer structuur

Maar hoe zit dat dan met het ondereind? Waarom groeien die harder door? Volgens Van Werven komt dit omdat een minder kalf eigenlijk te weinig structuur krijgt wanneer hij hetzelfde gemengde rantsoen krijgt als zijn grotere en robuustere soortgenoten. Een gemiddeld meel/strorantsoen bestaat uit ongeveer 8 procent stro. Uit voerproeven met een Lely Vector (die alle voergegevens bijhoudt) blijkt dat een hok met de slechtste kalveren tot 15 procent stro vreten. “Een supergezond kalf kan 8 procent makkelijk aan. De mindere kalveren hebben meer structuur nodig.” Waar voorheen het ondereind een karkasgewicht had van 120 tot 130 kg, is dat nu 150 kg.

Koppels die een meel/strorantsoen krijgen, groeien gemiddeld 80 gram per dag harder (van starterkalf tot en met jong rosé afmest), zo’n 6 kg per kalf. Dat komt overeen met wat Herder in de eerste ronde realiseerde. Hij deed een proef waarbij 175 kalveren vanaf week 22 tot aan 31 het nieuwe rantsoen kregen.

In een kleine tien weken tijd was het karkasgewicht van deze kalveren 5 kilo zwaarder dan de rest (186,3 kg om 181,3 kg), terwijl de 175 kalveren op 22 weken een gemiddelde groep was. Wanneer de voerkosten per kilogram groei doorgerekend worden, levert dat een voordeel van 19 cent op ten gunste van het meel/strorantsoen.

Niet meer dringen aan voerhek

De Heus doet op dit moment proeven om de jonge kalveren al meteen op het nieuwe rantsoen op te starten. De ervaringen  zijn positief. Bij rosékalverhouder Herder krijgen de jonkies voorlopig nog muesli, stro en mais; de laatste van de oogst van vorig jaar die hij aan het opvoeren is.

Kleven er dan geen nadelen aan de nieuwe aanpak? Beiden kunnen weinig bedenken. Herder: “Ik merk veel meer rust in de stal. Het ‘koeverkeer’ is anders. Kalveren dringen niet meer aan het voerhek. Ze zijn niet meer onrustig tijdens het voeren.” De rosékalverhouder uit Garderen verstrekt het voer met shovel en mengbak. Hij ervaart ook minder restvoer. “Met een natter rantsoen verspreidt het speeksel zich meer door het voer. Dan gaat de smaak er af. Stro en meel hebben beide een drogestofpercentage van 90 procent. Het speeksel versmeert minder waardoor het voer langer fris blijft.”

Edwin van Werven

Verkoopleider Rundvee Rose