Concepten bieden meerwaarde maar geen zekerheid

21 oktober 2021

Steeds vaker nemen partijen in de agrarische sector het initiatief om producten met meerwaarde in de vorm van concepten aan te bieden onder een label. Hiervoor leveren veehouders op hun bedrijven extra inspanningen om aan voorwaarden te voldoen. We spreken drie veehouders met ervaring. Ze zijn positief, maar ook kritisch.

Bij een concept werken organisaties samen in een keten, bijvoorbeeld een broederij,
boerderij, slachterij en supermarkt. Motieven om dit te doen zijn onderscheidend zijn
in de markt, inspelen op wensen van consumenten en daardoor meerwaarde creëren. Deze meerwaarde komt in principe ten goede aan de samenwerkende partijen. Aan tafel zitten drie veehouders die ervaring hebben met een concept.


Gino Jacobs Migielsen heeft 80.000 vleeskuikens en een akkerbouwbedrijf van 200 hectare in Woensdrecht in het westen van Noord-Brabant, dichtbij België. Hij neemt deel aan het ‘1-ster-Beter-Leven-Concept’.

William Flipsen is melkveehouder in Lage Zwaluwe. Hij heeft een bedrijf van 68 melkkoeien en levert melk onder het label ‘On the way to PlanetProof’, dat is ontwikkeld en wordt beheerd door Stichting Milieukeur.


Wim Veldhuizen, woonachtig in Rhenen heeft een bedrijf voor de productie van Topigs Norsvin fokgelten en een gesloten varkensbedrijf dat deelneemt aan het ‘Varkens op zijn best’ concept.

Gespreksleiders zijn Joost Belt, verantwoordelijk voor marketing & communicatie bij De Heus en Kees Janssen directeur van Agra-Matic.

Keukentafelgesprek Vooruit 2021 nummer 3

Kees Janssen: “Hoe zien jullie de ontwikkelingen van ketenconcepten?”

Wim Veldhuizen: “Ik verwacht dat ketenconcepten steeds belangrijker zullen worden voor onze sector. Het is een van de manieren om het rendement in de sector te verbeteren en te werken aan het imago van onze producten.”
William Flipsen: “Wat PlanetProof betreft ben ik niet zeker van de toekomst. Het concept is volop in ontwikkeling. De eisen worden opgeschroefd. Volgend jaar moeten niet alleen de koeien, maar ook het jongvee de wei in, komen er extra stalmaatregelen bij, wordt voorgesteld om bovenop de huidige 5% nog eens 5% extra kruidenrijk grasland verplicht te stellen, enzovoort. Ondertussen blijft de toeslag twee cent. Ook is het concept buitengewoon streng. Als je in het jaar een keer niet voldoet aan de regels vlieg je eruit terwijl je als veehouder - vooral door weersinvloeden - niet altijd grip hebt op de omstandigheden. Al met al heb je geen zekerheid, terwijl je wel investeert om deel te nemen aan het concept. Ik denk er daarom over na of ik deelnemer blijf.”
Gino Jacobs Migielsen: “Dat is ook een van mijn bezwaren. Het staat allemaal in regeltjes op papier. In de praktijk kun je er niet altijd aan voldoen. We hebben te maken met wisselende omstandigheden. Ik vind het niet terecht dat er met de botte bijl wordt gewerkt als je een keer niet 100% voldoet aan de regels.”
William Flipsen: “Waar ik bang voor ben is dat het concept de standaard wordt en veehouders die reguliere melk leveren worden gekort.”
Gino Jacobs Migielsen: “Ik kijk daar anders tegenaan. Toen we net waren overgeschakeld kortte de slachterij plotseling drie cent op de toeslag voor Beter Leven, omdat we te groot waren voor de markt. Pas na viereneenhalf jaar ging de prijs weer omhoog en wel in vliegende vaart. Het is namelijk de bedoeling dat over twee jaar er in Nederland alleen Beter Leven kip wordt verkocht. Ik vind het belangrijk om één markt te hebben waar broederijen, boeren, slachterijen en winkels elkaar scherp houden. En dan graag ook nog met een partij erbij die zorgt dat er evenwicht is tussen vraag en aanbod.”

Kees Janssen: “Waarom zijn jullie eigenlijk begonnen met een concept?”

William Flipsen: “Dat is heel eenvoudig. Vanwege die twee cent. Die hebben we hard nodig. Daar komt bij dat ons grondgebonden bedrijf met kleine aanpassingen voldoet aan de eisen.”
Gino Jacobs Migielsen: “Ons kwam het qua werk beter uit. We konden vijf jaar geleden flink uitbreiden in de akkerbouw. We teelden pootaardappelen en hadden reguliere vleeskuikens die beide veel werk en hectiek met zich meebrachten. We zijn gestopt met de pootaardappelen en Beter Leven vleeskuikens gaan houden. De kuikens groeien langzamer waardoor je minder ronden draait en minder werk hebt. Zo konden we de uitbreiding in de akkerbouw aan. Al met al is het nu minder risicovol en hebben we minder arbeidspieken.”
Wim Veldhuizen: “We hebben de afgelopen jaren geprofiteerd van hoge prijzen door een grote vraag naar varkensvlees uit China. Toen was kilo’s maken het devies. China heeft flink uitgebreid en de markt is een duwmarkt geworden. Het is nu belangrijk een exclusief product te leveren met meerwaarde. Een concept is een manier om extra inkomsten te genereren om de terugval in opbrengstprijs te compenseren.”

Joost Belt: “Zullen er meer veehouders deel kunnen nemen aan concepten?”

William Flipsen: “Ik heb een jaar moeten wachten omdat ik niet paste in het logistieke plaatje van Friesland Campina. Er zijn nu 700 deelnemers en de verwachting is dat 10% van de Nederlandse melkstroom kan voldoen aan de eisen.
Gino Jacobs Migielsen: “Het zal voor veel pluimveehouders niet gemakkelijk zijn. Je hebt met zoveel dingen te maken, zoals vergunningen, verzekeringen en financiering. Als je nu overschakelt moet je veel meer investeren dan ik vijf jaar geleden deed. Ook hoefde ik toen alleen maar te melden bij de gemeente dat ik uitbreidde met 2.000 m2, nu heb je een vergunning nodig. Legio pluimveehouders haken daarom af.”
Wim Veldhuizen: “Het was voor ons niet moeilijk om deel te nemen aan ‘Varkens op zijn best’. De enige verplichting is dat je voer en dierenartsdiensten moet afnemen van geselecteerde organisaties.”

Joost Belt: “Zijn jullie tevreden over de samenwerking in de keten?”

Gino Jacobs Migielsen: “Bij de slachterij praten ze al jaren over een werkgroep met veehouders. Daar is niets van terecht gekomen. Ik ben er voorstander van dat we met alle partijen aan tafel zitten en op voet van gelijkwaardigheid met elkaar praten. Ook vind ik dat binnen de samenwerking elk bedrijf zijn volledige zelfstandigheid en verantwoordelijkheid behoudt.”
Wim Veldhuizen: “Wij hebben binnen onze keten wel korte lijntjes. Daar ben ik tevreden over.”
William Flipsen: “Een nadeel is dat de eisen voor ons door een derde partij worden opgesteld, namelijk Milieukeur. Deze partij stelt steeds hogere eisen, terwijl daar geen hogere vergoedingen tegenover staan.”
Gino Jacobs Migielsen: “Ik zou ook wel een betere communicatie willen met de dierenbescherming, die bij ons de regels bepaalt. Een voorbeeld: een regel is dat de kuikens vanaf de derde week naar buiten moeten. Dat kan prima in de zomer, maar in de winter niet. Dan zijn ze nog veel te klein en hebben ze nog te weinig veren. Dit is niet diervriendelijk. Ik vind dat hier eens goed naar gekeken moet worden.”

Kees Janssen: “Als de stelling is, een ketenconcept is de redding voor de sector, wat zeggen jullie dan?”

William Flipsen: “Om iets extra’s te verdienen wel, maar redding zou ik niet zeggen. Hiervoor levert het concept PlanetProof te weinig zekerheid.”
Gino Jacobs Migielsen: “Concepten zijn prima als elke ondernemer kan blijven ondernemen. In veel landen gaan integraties zover dat boeren niets meer te vertellen hebben. Het ondernemerschap is juist de kracht van de Nederlandse veehouderij.”
Wim Veldhuizen: “Een concept speelt een positieve rol als je met elkaar toegevoegde waarde levert. De meerwaarde komt tot zijn recht als de consument bereid is een hogere prijs te betalen. Dit kun je bereiken door bijvoorbeeld meer aandacht te besteden aan marketing.”

Joost Belt: “Welk advies geef je collega’s die deelnemen of gaan deelnemen aan een concept?”

Wim Veldhuizen: “Dat elke schakel in de keten zorgt voor toegevoegde waarde.”
Gino Jacobs Migielsen: “Dat iedereen is betrokken bij de keten.”
William Flipsen: “De hele keten moet ervoor zorgen dat het concept uitvoerbaar blijft.”


Gerelateerde onderwerpen: