Goede mestkwaliteit is meer stroom

01 juli 2010
-
3 minuten

Coöperatie DEP verbrandt stapelbare pluimveemest voor het opwekken van energie. Hierbij is de kwaliteit van de mest belangrijk. Gelukkig wordt deze steeds beter, zo bleek begin dit jaar in een bijeenkomst van de mengvoederindustrie in de pluimveesector.

Voor Coöperatie DEP (Duurzame Energieproductie Pluimveehouderij) was 2009 het eerste jaar en tevens geen eenvoudig jaar. Oorzaak was de onvoldoende aanvoer van mest en bovendien was deze van een dusdanig slechte kwaliteit, dat er problemen ontstonden. Op dit moment is de kwaliteit van de aangevoerde mest duidelijk beter. Hierdoor kan DEP voldoende mest verbranden en de warmte omzetten in elektriciteit.

Beïnvloeding strooiselkwaliteit

Er zijn verschillende factoren, die uiteindelijk de kwaliteit van het strooisel bepalen. Hierbij zijn onder andere te noemen het drinkwatersysteem en het stalklimaat. Daarnaast kan een relatie gelegd worden tussen de voervertering en strooiselkwaliteit. Een minder goede voervertering kan leiden tot slechter en natter strooisel. Belangrijk is het besef dat veel factoren uiteindelijk de kwaliteit van het strooisel bepalen.

Normen vleeskuikenmest

De verbrandingswaarde bepaalt de waarde van de mest voor de verbranding. Dit wordt weergegeven in netto calorische waarde (ncw). Deze verbrandingswaarde gaat over het algemeen samen met een hoog drogestofgehalte van het strooisel. De normwaarde voor vleeskuikenmest is minimaal 55 procent voor droge stof en minimaal 7,5 procent voor de verbrandingswaarde (ncw).

Resultaten

Van de vleeskuikenmest, die in de eerste maanden van 2010 werd geleverd, bedroeg de verbrandingswaarde gemiddeld 6,7 en het drogestofgehalte 49,6 procent. Dit betekent dat de verbrandingswaarde en het drogestofgehalte ongeveer tien procent lager zijn dan de normwaarde. De verbrandingswaarde en drogestofgehalte van de mest van De Heus-afnemers waren in deze periode beter dan gemiddeld. Dit bleek uit individuele kwartaaloverzichten die een aantal klanten ons heeft laten zien. Hieruit blijkt dat de nadruk die De Heus legt op gezondheid en strooiselkwaliteit effect sorteert.

Bedrijfsspecifieke aanpak

Als de mest de normwaarden niet haalt, is het van belang om met een bedrijfsspecifieke aanpak in kaart te brengen wat de belangrijkste reden is van de afwijking. U kunt in samenwerking met DEP de oorzaken van een te lage verbrandingswaarde in kaart brengen en nagaan hoe u deze kunt verbeteren. Een goede verbrandingswaarde wordt bepaald door de kwaliteit van het strooisel en gaat hand in hand met een goede gezondheidsstatus van het bedrijf. Daarom is het in belang van u, de voerleverancier en coöperatie DEP om samen voor resultaat te gaan.