Biggen zoveel mogelijk bij zeug laten voor optimale bigprestatie

05 januari 2021
-
3 minuten

Op veel bedrijven stijgt het aantal levend geboren biggen per zeug. De zeugen zijn echter niet altijd in staat om al deze biggen zelf groot te brengen. Daarnaast is er vaak nogal wat variatie in toomgrootte tussen zeugen. Het is dus soms noodzakelijk een aantal biggen bij andere zeugen te plaatsen. Vanuit gezondheidsoogpunt weten we dat het beter is om tomen bijeen te houden, maar heeft overleggen ook nog effect op de groeiprestaties van deze biggen? En waarop moet je letten als je biggen toch wilt overleggen? Onderzoek op het onderzoekscentrum van De Heus, De Elsenpas, geeft antwoord op deze vragen.

Overgelegde biggen hebben

Bij onderzoek op De Elsenpas werd de groei van 41 biggen gevolgd die tussen 24 en 48 uur na de geboorte over waren gelegd naar een andere toom. Ter vergelijking werden 41 controlebiggen van hetzelfde geboortegewicht eveneens gevolgd. In figuur 1 is zichtbaar dat de groei van de overgelegde biggen achter bleef ten opzichte van de controlebiggen gedurende de gehele kraamfase. In het onderzoek waren de controlebiggen gemiddeld 1,33 kilogram zwaarder bij het spenen dan de overgelegde biggen (7,26 kilogram versus 5,93 kilogram). Dit geeft duidelijk aan dat overleggen altijd een negatief effect heeft op de bigprestatie. Overgelegde biggen ervaren behoorlijk wat stress aangezien ze uit hun vertrouwde omgeving worden gehaald en moeten wennen aan een nieuwe moeder en toomgenoten.

Bij het overleggen van biggen zoveel mogelijk uniformeren

Wanneer het overleggen van biggen noodzakelijk is, dan rijst de vraag welke biggen overgelegd moeten worden en hoe de ontvangende toom er uit zou moeten zien. Uit ons onderzoek blijkt dat bij het overleggen altijd gestreefd moet worden naar het uniformeren van de ontvangende toom. Dus een lichte big kan worden overlegd naar een toom met veel lichte biggen. Zeker voor lichte biggen geldt dat als ze overgelegd worden naar tomen met veel gewichtsvariatie de bigprestatie achteruitgaat. Zwaardere biggen die overgelegd worden hebben hier minder last van.

Goede timing van overleggen belangrijk

Wanneer het nodig is om biggen over te leggen, dan is het belangrijk om ernaar te streven dit niet eerder te doen dan 24 uur na de geboorte. Pasgeboren biggen krijgen dan voldoende tijd om biest (colostrum) op te nemen bij hun eigen moeder wat zorgt voor een goede opstart van het immuunsysteem. Echter, wanneer we te maken hebben met veel grote tomen dan worden de eerstgeboren biggen gemarkeerd en binnen 24 uur na de geboorte overgelegd. Hierdoor wordt de beschikbare biest optimaal verdeeld onder alle geboren biggen. Daarnaast mag het overleggen ook niet te laat gebeuren, uiterlijk binnen drie dagen. Het is namelijk bekend dat biggen na drie dagen een voorkeur krijgen voor specifieke spenen en er om gaan vechten. Het overleggen gebeurt dus idealiter tussen één en drie dagen na de geboorte.

Gezondheidsaspect van overleggen

Als een zeug drager is van een of meerdere ziektekiemen, zoals streptokokken, dan kan een big bij de geboorte of vlak erna al besmet worden. Deze besmetting kan plaatsvinden tijdens het geboorteproces zelf (in het geboortekanaal), via de navel of door neus-neuscontact met een besmette zeug. Biggen die overgelegd worden, nemen deze ziektekiemen mee naar hun nieuwe toom en besmetten daarbij een nieuwe groep biggen. Hierdoor kunnen ziektekiemen zich snel en ongewenst binnen een kraamafdeling verspreiden.

Meer weten over De Elsenpas