Wat is de biestkwaliteit van jouw zeugen?

05 juli 2021

Een goede colostrumopname (biest) is essentieel voor de overleving en de prestaties van biggen. Gemiddeld heeft een big minimaal 250 gram colostrum nodig om een gezonde en goede groei te realiseren. Dit wil dus zeggen dat een zeug die 16 biggen werpt minimaal 4.000 gram colostrum zou moeten produceren en een zeug die 24 biggen werpt 6.000 gram. Gemiddeld produceert een zeug tussen de 3.000 en 4.000 gram colostrum. Dit is dus te weinig. Helemaal als je bedenkt dat zeugen steeds meer levend geboren biggen werpen. Goed biestmanagement is daarom cruciaal.

Controleer de biestverdeling

Als de kwaliteit van de biest goed is, moet die vervolgens nog goed verdeeld worden over alle biggen in de toom. Dat kun je controleren door bloedonderzoek waarbij je de hoeveelheid IgG bepaalt. Bij de biest-scan van De Heus wordt van alle biggen in een toom bloed afgenomen. Veelal blijken de meeste biggen in de toom voldoende IgG te hebben, maar een aantal niet. Deze biggen kunnen snel ziek worden en ziektekiemen verspreiden. Goed biestmanagement is daarom altijd cruciaal.

Biggen van een 6e worps zeug met 16 LGB + 0 DGB

Objectief de biestkwaliteit vaststellen

De Heus heeft op praktijkbedrijvenen in haar eigen centrum voor praktijkonderzoek veel onderzoek gedaan naar biest. Het objectief vaststellen van de kwaliteit is daarvoor heel belangrijk. Dat is op het oog echter niet goed te doen. Zo betekent een gele kleur niet altijd een betere kwaliteit. Veel beter is het om de kwaliteit van de biest te bepalen met een brix-refractometer. Met dit apparaat kun je kwaliteit van de biest meten aan de hand van de breking van het licht dat door de biestoplossing schijnt. De brix-waarde die dit oplevert is gecorreleerd met de IgG, dus hoe hoger de brix-waarde van de biest, hoe meer antistoffen de biest bevat (zie figuur 2).

Hoe gaat een biestmeting in zijn werk?

Tijdens het werpen wordt er een klein beetje biest afgenomen bij de zeugen. Daarbij wordt het worpnummer genoteerd, evenals het aantal geboren biggen, de uierspanning, de voersoorten, het voerschema en de conditie. Vervolgens worden de monsters opgestuurd naar het laboratorium en geanalyseerd. Van alle afgenomen biestmonsters van een bedrijf wordt bovendien een mengmonster gemaakt om de aanvullende voedingswaarde te bepalen, zoals ruw eiwit (Re), ruw vet (Rvet), drogestof (ds) en lactose. Uit de analyse van alle biestmetingen die we tot nu toe gedaan hebben, blijkt dat de biestkwaliteit afneemt naarmate er meer biggen zijn geboren. Dus de eerstgeboren big krijgt kwalitatief betere biest dan de laatstgeboren big.

Kwaliteit en hoeveelheid van biest beïnvloeden

De zeug maakt niet alleen voor het werpen biest aan, maar ook tijdens het werpen. Een gemiddeld werpproces van 16 biggen duurt ruim 5 uur en bij zeer hoogproductieve zeugen met 24 biggen kan dit zelfs oplopen naar 8 uur. Het is belangrijk dat het werpproces vlot verloopt. Voor zowel een vlot geboorteproces als een goede biestproductie moet de zeug een goede hormoonhuishouding en voldoende energie hebben. Hier kan de zeug ondersteund worden met de aangepaste premium prelac en andere premium zeugenvoeders. Deze hebben de juiste hoeveelheden grove vezel, geschoonde granen, energie en goed beschikbare spoorelementen Dit zorgt ervoor dat de zeugen fit zijn, een betere hormoonhuishouding hebben en voldoende energie hebben voor het geboorteproces en de biestproductie. Ook de juiste uierdruk rond het werpen is te sturen met de juiste zeugenvoeders en voerschema’s. Maar daarvoor zijn ook de geboortegewichten van de biggen van belang, want zwaardere biggen zullen de uier beter kunnen masseren en een hoger biestproductie kunnen bewerkstellingen.


Gerelateerde onderwerpen: