Home / Kennisbank / Voorbereiding maïsteeltseizoen 2015

Tips ter goede voorbereiding van het maïsteeltseizoen 2015

- Voor een maximale drogestofopbrengst en een optimale energiedichtheid van het te telen maïsgewas is het belangrijk om grip te hebben op alle onderdelen van de teelt. Ter ondersteuning volgen hieronder een aantal tips die de teelt beter doen slagen of bekijk ons assortiment!

1. Zorg ervoor dat de pH van het maïsland op orde is

Grondonderzoek, o.a. uitgevoerd door BLGG AgroXpertus laat zien dat tussen de 55-60% van de maïspercelen een onvoldoende hoge tot veel te lage pH hebben. Onderzoeken uitgevoerd door PPO, in opdracht van Sibelco, hebben uitgewezen dat een te lage pH van maïspercelen een opbrengstderving oplevert tussen 5 en 9%, met uitschieters naar 9%. De belangrijkste oorzaak ligt in het gegeven dat een te lage pH de opneembaarheid van nutriënten zoals stikstof en fosfor vermindert. Er kan dan volgens advies voldoende bemest zijn, dan nog zal het gewas door de te lage pH niet die opbrengst/kwaliteit halen die ervan verwacht wordt. Het is dus zeer belangrijk om middels bekalking de pH van de grond middels een onderhoudsbekalking op niveau te houden, of met een reparatiebekalking op peil te brengen. Raadpleeg daarvoor het analyserapport afkomstig van het grondonderzoek.

2. Maak een bemestingsbalans op basis van onttrekking, bemesting en bodemvruchtbaarheid

Een bemestingsbalans gemaakt tijdens de wat rustigere winterperiode voorafgaand aan het nieuwe seizoen levert de inzichten die nodig zijn om te zorgen voor bijvoorbeeld een voldoende aanvulling met kalium. Op basis van de onttrekking van het maïsgewas van de hoofdelementen stikstof (175-250 kg/ha), fosfaat (80-110 kg/ha) en kalium, (250-300 kg/ha) moet gestreefd worden voor een voldoende aanvoer/beschikbaarheid van voedingsstoffen. Hou daarnaast rekening met het feit dat een middenvroeg en daarmee vaak ook massaal maïsgewas met genetisch gezien een hoge opbrengstpotentie ook meer nutriënten onttrekt en daarom een betere bemesting vraagt. Bedenk ook dat de werkelijke samenstelling van organische mest vaak niet (meer) overeen komt met de samenstelling zoals die verwacht wordt. Dit kan zomaar tot 30% afwijken. Een mestanalyse is daarom sterk aan te bevelen. Op steeds meer maïspercelen is, om een goede gewasopbrengst te realiseren, een bijbemesting met kalium zeer belangrijk.

3. Kies voor het juiste maisras

Rekening houdend met de toenemende (toegerekende) kosten voor maïsteelt en het grote belang om zoveel en zo goed mogelijk voer van eigen land te halen is een juiste maïsrassenkeuze heel belangrijk. Houd rekening met de wensen en omstandigheden en streef naar de maximale opbrengst en optimale energiedichtheid, uiteraard met behoud van bodemvruchtbaarheid en een goede bodemstructuur. Bij het juiste maïsras zijn 3 punten heel belangrijk:

» Kies voor vroegrijpheid op basis van de korrel
Het is niet de restplant maar de vulling met zetmeel van de korrel (afrijping korrel) die bepaalt wanneer de loonwerker wordt gebeld om te oogsten. Hoe vroeger de afrijping in de korrel, des te zekerder is een voldoende afgerijpt maïsgewas en des te eerder er geoogst kan worden.

» Kies voor de hoogste drogestofopbrengst, voornamelijk afkomstig uit de korrel. De belangrijkste reden om in Nederland maïs te telen is om het zetmeel. Zetmeel zit in de korrel. Dus hoe hoger de korrelopbrengst van maïs, des te hoger de zetmeelopbrengst. Zetmeel is zeer goed verteerbaar en levert hoofdzakelijk glucogene energie. In combinatie met voldoende eiwit kan daar zeer goed van gemolken en vlees geproduceerd worden.

» Een gezonde restplant
Alleen een groene restplant die, zeker tot aan de oogst, voldoende fotosynthesecapaciteit behoudt en tegelijkertijd weinig ziektegevoelig is, draagt bij aan de maximale opbrengst en optimale energiedichtheid.

4. Streef naar het behoud van een goede bodemvruchtbaarheid

Het behouden of liever nog, het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid is de sleutel tot succes voor realisatie van een hoge opbrengst en kwaliteit van het maïsgewas. Maïspercelen met een hoge bodemvruchtbaarheid kenmerken zich door een hoge CEC, een optimale pH, de aanwezigheid van voldoende organische stof, de aanwezigheid van voldoende fosfaat in de voor de plant opneembare en (direct) beschikbare vorm en tot slot een voldoende tot hoge K-voorraad en K-beschikbaarheid. Aan de hand van een perceelspecifieke uitgebreide bodemanalyse is het, aan de hand van de op de analyse voorkomende bodemkengetallen, bijzonder belangrijk om rekening te houden met de plantbeschikbare elementen zoals fosfaat en kalium op basis van het kengetal ‘PAE’. Oftewel wat is er beschikbaar en opneembaar in de onmiddellijke nabijheid van de wortelzone. Het mindere gebruik van organische mest op maïspercelen geeft, zeker op die percelen waar continu maïs wordt geteeld, een afnemende bodemvruchtbaarheid. Om dit tegen te gaan moet een meer ‘akkerbouwmatige’ teelt van maïs, waarbij maïs in vruchtwisseling wordt geteeld met gras serieus worden overwogen. Daarnaast moet het belang van een goede navrucht in de vorm van een vanggewas of ook wel groenbemester genoemd, niet onderschat worden!

5.Zorg voor een juiste zaaibedbereiding

Maïs heeft, naast de behoefte aan vocht en nutriënten, ook zeker de behoeft aan warmte. Een goede zaaibedbereiding zorgt voor een vlotte opwarming van het zaaibed en daarmee een snelle kieming in het voorjaar. Voor een vlotte kieming moet de bodemtemperatuur op zaaidiepte toch minimaal 8-10 °C zijn.

6. Zaai niet te vroeg en niet te laat

Een te vroege zaai (voor ± 20 april) draagt risico’s met zich mee in de vorm van het zaaien in de grond die nog niet bekwaam is, of schade aan het jonge plantje bij een late nachtvorst begin mei. Een te late zaai (na ± 20 mei) zorgt voor een verkort groeiseizoen met als gevolg een mogelijk niet voldoende afgerijpt maïsras en structuurschade als gevolg van een (te) late oogst.

7. Kies voor de juiste rijenmeststof

De keuze voor de best passende rijenmeststof is afhankelijk van de beperkingen die door de wetgeving worden opgelegd. Wanneer er niet aan derogatie deelgenomen wordt heeft het de voorkeur om te kiezen voor een rijenmeststoffen met fosfaat vanwege de goede opneembaarheid en daarmee de vlotte weggroei van de nog jonge maïsplant. Het percentage fosfaat in de rijenmeststof en daarmee de hoogte van de fosfaatgift die in de rij toegediend wordt, is afhankelijk van de hoeveelheid fosfaat die aangevoerd mag worden. Wanneer er wel aan derogatie deelgenomen wordt is het niet mogelijk om fosfaat bij te bemesten. Als alternatief kan er gekozen worden voor toediening van drijfmest in de rij en/of voor toepassing van middelen ter verbetering van de opname van de in de mest en bodem aanwezige fosfaat. Wij adviseren Maismest Humifirst, dat is een gekorrelde rijen-meststof welke 17% Stikstof bevat, 0,2% Borium en belangrijk daaraan toegevoegd 1,5 % Humuszuren. De humuszuren stimuleren een vlotte beginontwikkeling en verbeteren de opname van de in de mest en bodem aanwezige fosfaat.

Gerelateerde artikelen

Deze website maakt gebruik van cookies

Alle websites van De Heus Voeders gebruiken cookies en vergelijkbare technieken. We gebruiken functionele cookies om ervoor te zorgen dat onze websites goed en veilig werken en analytische cookies om u de best mogelijke gebruikerservaring te geven. Marketingcookies worden geplaatst om u gepersonaliseerde sector relevante informatie te tonen in plaats van algemene.

Als u op ‘Akkoord‘ klikt, stemt u in met het plaatsen van alle cookies. Of klik op de knop ‘Verander uw cookie-instellingen‘ om uw voorkeuren te wijzigen.


Lees het cookiebeleid van De Heus Voeders voor meer informatie over cookies.