Home / Kennisbank / TopLac Droogstandsplan

TopLac Droogstandsplan: Beste start voor de lactatie

- Jacco en Sjan Hanegraaf melken in het Friese Jonkersland 350 koeien. Ruim tien jaar steken de ondernemers tijd en energie in de droogstand; al enkele jaren zijn ze tevreden gebruikers van het TopLac DroogstandsPlan. Wat is het verhaal achter hun aanpak?

‘Tien jaar geleden was droogstand nog een sluitpost op ons bedrijf. Hierdoor bleven er structureel teveel koeien aan de nageboorte staan. Dit vormde het omslagpunt’, zegt Jacco. ‘We gingen toen meer aandacht aan droogstand geven en maken daarbij onderscheid tussen de droogzet-, herstel-, voorbereidings- en lactatiefase. Belangrijke aandachtspunten zijn verder het rantsoen en de huisvesting’, licht Sjan toe. Bij het oprijden van het erf van de familie Hanegraaf zie je de stal voor de droge koeien en drachtige vaarzen direct staan. In deze stal huisvesten ze de drachtige vaarzen en koeien in de herstelfase.

Herstelfase

Het rantsoen is een belangrijke factor bij de droogstand. De familie Hanegraaf stelt hoge eisen aan het rantsoen. De basis van het rantsoen is droog kuilgras, opgeslagen in gewikkelde balen. De eerste twee snedes van matig bemest grasland (25 ha) worden voor de droge koeien gewonnen. ‘Het gras moet rechtstaan en vervolgens winnen we het met mooi zonnig weer, dit alles voor de smaak. Zo streven we naar een product van ongeveer 800 VEM en 120 ruw eiwit. We voeren dit voer onbeperkt aan het voerhek in de herstelfase, dit is de eerste vier tot zes weken van de droogstand. Dit graskuilgras is zeer smakelijk. Dat is belangrijk voor de opname. Voldoende opname (11 kg d.s.) is het begin van het succes. De koeienpensen moeten altijd gevuld zijn. Het rantsoen vullen we verder aan met Betermine Vitaal. Dit droogstandsmineraal nemen de koeien naar behoefte op in een voorraadbak aan het voerhek. Door na te rekenen hoe lang ze over één zak doen checken we de opname. Tot op heden voldoet het uitstekend’, vertelt Jacco. Sjan vult aan: ‘Koeien mogen in de gehele droogstand niet afvallen. Voorheen gingen de koeien nog wel eens te vet de droogstand in. Nu houden we er al sinds enkele jaren rekening mee bij de koeien die in de tweede helft van de lactatie zitten, dat het VEM-aanbod juist is afgestemd op het ruw eiwit in het rantsoen.’

Het moet gewoon gemakkelijk gaan

Voorbereidingsfase

Het motto van de ondernemers; Het moet gewoon gemakkelijk gaan is terug te zien in de bedrijfsgebouwen. Neem de koeien in de voorbereidingsfase, de laatste twee weken van de droogstand. Zij zijn ondergebracht in een ligboxenstal met ruime comfortabele ligboxen. Aangrenzend is een ruim strohok met een vanghek waar je de koeien gemakkelijk kunt vastzetten. Ook bijzonder is de ruimte tussen het strohok en het ligboxengedeelte. Hier kun je gemakkelijk gereedschap en schoeisel reinigen. Zowel de koeien, de stal, als het voer ogen schoon en fris. Belangrijk in de voorbereidingsfase is dat ze deze en de daaropvolgende start van de nieuwe lactatie, zo soepel mogelijk doorlopen. ‘De koeien moeten afkalven met ongeveer zeven kilo biest, maar nooit meer dan tien kilo. Ook moet zuchtvorming zo veel mogelijk worden vermeden. Het rantsoen bevat 50 procent van het rantsoen van de oudmelkte dieren en 50 procent snijmais, aangevuld met graszaadhooi en Toplac Droogstandsmeel. Dit varieert zo ongeveer tussen één en twee kilo. Hiermee kunnen we de biestproductie heel mooi sturen en zuchtvorming voorkomen’, licht Jacco toe. ‘Een week voor het afkalven begint het voeren van krachtvoer. De koeien worden vastgezet aan het voerhek en krijgen één kilo brok. Deze brok is de Energie Balans, dit om de koeien zo goed mogelijk te ondersteunen en vlot weer drachtig te kunnen krijgen’, vertelt Jacco. ‘Eigenlijk zouden we de koeien apart willen hebben van de drachtige vaarzen. We willen zuchtvorming voorkomen bij de vaarzen, daarom starten we rustig op. De oudere koeien zouden sneller opgestart kunnen worden. Deze rek zit er nog makkelijk in’, zegt Jacco. ‘ Ongeveer 80 procent van de dieren melken we direct na het afkalven, om zo de controle op het melken van deze dieren te hebben. Hierbij is het met name belangrijk dat de vaarzen de melk goed laten schieten en helemaal leeggemolken worden. En hoe eerder de biest gemolken is, hoe beter de kwaliteit is. De koeien blijven net zo lang op het stro tot ze vlot genoeg zijn om zich te kunnen redden in de volgende groep. Deze groep bestaat uit 48 dieren die extra aandacht verdienen, dit zijn twee rondes in de melkstal waarop er dan altijd met twee man gemolken kan worden. Zo verloopt de rest van het melken ook vlotter. Momenteel loopt de droogstand goed. We zitten er niet ver langs, maar het kan altijd beter’, besluit Jacco

Gerelateerde artikelen

Deze website maakt gebruik van cookies

Alle websites van De Heus Voeders gebruiken cookies en vergelijkbare technieken. We gebruiken functionele cookies om ervoor te zorgen dat onze websites goed en veilig werken en analytische cookies om u de best mogelijke gebruikerservaring te geven. Marketingcookies worden geplaatst om u gepersonaliseerde sector relevante informatie te tonen in plaats van algemene.

Als u op ‘Akkoord‘ klikt, stemt u in met het plaatsen van alle cookies. Of klik op de knop ‘Verander uw cookie-instellingen‘ om uw voorkeuren te wijzigen.


Lees het cookiebeleid van De Heus Voeders voor meer informatie over cookies.