De droogstand
De basis voor een succesvolle lactatie wordt gelegd in de droogstand. Hiervoor is een optimaal rantsoen voor en de juiste aanvulling van het rantsoen, in iedere fase van belang. Maar ook een uitstekend management. Om de koe op een juiste manier te behandelen, kunnen we de droogstand in 3 fasen verdelen. Zo kunnen problemen, zoals bijvoorbeeld aan de nageboorte blijven staan, melkziekte, slepende melkziekte en leververvetting, rondom en na het afkalven voorkomen worden.
De herstelfase: week 1 t/m 5 van de droogstand
De herstelfase is de periode dat de koe herstelt van de afgesloten lactatie. Hierbij moet men denken aan herstellen van het uier (eventueel met gebruik van de juiste droogzetters) en de klauwen (klauwbekappen bij droogzetten). Wat de voeding betreft is het van belang dat de koe volumineus en structuurrijk voer krijgt, met een goede verhouding van eiwit en energie.
In de droogstand moet de conditie van de koe constant blijven. In de laatste fase van de lactatie wordt conditie, welke in de droogstand gewenst is, bereikt; de conditiescore bedraagt dan 3 à 3,5. Het is belangrijk dit regelmatig te beoordelen. Als de dieren in de droogstand groeien wordt de kans op melkziekte en leververvetting groter. Als de dieren in de droogstand terugvallen wordt vaak een slechte start gemaakt door slepende melkziekte of algemene zwakte en te weinig voeropname. Het is belangrijk de stofwisseling in het lichaam van de koe te stimuleren door o.a. een goede vitaminen- en mineralenvoorziening. Voor de droge koe in deze fase zijn magnesium, selenium en vitamine D3 en E zeer belangrijk voor de ontwikkeling van het kalf en het herstel van de koe. Calcium dient beperkt te zijn. In deze fase kunnen we mineralen bijvoeren in de vorm van Bestermine Vitaal of Rupromin Droogstand. Ook kunnen we een brok bijvoeren in de vorm van Droogstandbrok Mg. Door een van deze producten bij te voeren zorgen we voor een optimale mineralen-, vitaminen-, en spoorelementenvoorziening.
De voorbereidingsfase: week 6 en 7 van de droogstand
De voorbereidingsfase is de periode dat de koe klaar wordt gemaakt voor de volgende lactatie. In de voorbereidingsfase is het heel belangrijk dat de koe genoeg voer blijft opnemen. Dit voorkomt dat nu reeds conditieverlies optreedt. De koeien moeten in deze fase in een aparte groep worden gehuisvest. Ze krijgen het rantsoen van de lacterende koeien, zodat de pens zich hieraan kan aanpassen. Dit resulteert in een betere benutting van het rantsoen na afkalven. Toevoegen van enig stro in deze fase helpt om de drogestof opname, na afkalven, te maximaliseren. Water is een belangrijk voedermiddel: voldoende schoon en fris drinkwater stimuleert de totale voeropname. Om melkziekte te voorkomen is het goed om de calciumstofwisseling in het dier te gaan stimuleren. Dit doen we door het verlagen van de elektrolytenbalans in het rantsoen. Dit is het verschil tussen natrium en kalium in het rantsoen ten opzichte van chloor en zwavel. Verlagen van deze elektrolytenbalans voorkomt melkziekte door het activeren van de calciumstofwisseling. In deze periode van de droogstand kunnen we hiervoor de volgende mineralen inzetten: Droogstandplusmineralen. Ook kunnen we met het bijvoeren van de Droogstand-Toplac, melkziekte voorkomen. Droogstand-Toplac is een brok die de energiestofwisseling stimuleert en de calciumstofwisseling activeert. Voordeel hiervan is de makkelijke opname en het geven van een hoogwaardige brok, waardoor de koe beter voorbereid wordt op haar lactatie.
De startfase: dag 3-5 voor het afkalven
De startfase is voor de melkkoe een kritieke fase. De koe moet bij voorkeur in een afgescheiden ruimte gehouden worden, waar ze gemakkelijk kan afkalven, maar wel contact houdt met de koppelgenoten (zien, ruiken). Dit om stress te voorkomen. De drogestofopname die in het begin van de droogstand nog op 12 tot 13 kg lag, is nu teruggelopen naar 8 tot 10 kg bij optimale omstandigheden. Het is dus erg van belang dat de koe een hoogwaardig smakelijk, energierijk rantsoen voorgeschoteld krijgt. Een zo hoog mogelijke drogestofopname kan op deze manier behaald worden en door de concentratie van het rantsoen krijgt de koe toch voldoende energie binnen. Met Glucostar bieden we het dier extra energie aan. Deze brok bevat hoogwaardig en makkelijk op te nemen energie in de vorm van propyleenglycol. In deze fase is het zeer belangrijk dat de koe geen stress krijgt en zich dus rustig kan voorbereiden op het afkalven. Door stress van de koe, kan het kalf toxinen (giftige stoffen) in het lichaam krijgen waardoor het een beroerde start maakt of sterft. Een koe die gestrest is neemt niet genoeg droge stof op en komt niet op gang in de melkgift. De ds-opname op de dag van afkalven is bepalend voor de ds-opname in de eerste maanden van de lactatie. 1 kg meer ds-opname betekent dat de koe 2 kg meer melk kan produceren, zonder dat er lichaamsreserves voor nodig zijn.
Belangrijk in de gehele droogstand is de watervoorziening: schoon en fris helder water wat makkelijk opgenomen kan worden. Door de koe, na het afkalven enkele emmers lauw water te geven, herstelt de koe sneller van het afkalven.